The Serpent’s Egg
december 31, 2010 Een reactie plaatsen
Het is Berlijn 1923 en de Duitse economie is op sterven na dood. Een pakje sigaretten kost 4 miljard mark en het zal niet lang meer duren of de waarde van het Duitse geld wordt alleen nog maar gemeten in grammen papier. De Joodse artiest Abel Rosenberg (David Carradine) is aan lager wal geraakt, hij heeft zijn baan verloren in het circus. Hij kan er niet meer werken omdat hij verlamd is door angst. Hij voorvoelt het geweld dat tegen joden zal losbarsten. Ingmar Bergman maakte de “Serpent’s Egg” in 1978.


Hans Achterhuis schreef ‘Het rijk van de schaarste” in 1988 maar het boek heeft nog niets aan actualiteit ingeboet. Integendeel. Honger in de wereld, problemen in de gezondheidszorg, armoede en overbelasting van het milieu, het is allemaal erger geworden en niet minder. Achterhuis beschrijft de theorie van de “schaarste” voornamelijk vanuit de optiek van René Girard, die met zijn ‘Mimetische begeerte” een basis legt voor het denken over schaarste.
De derde film van Federico Fellini gaat over een groepje dertigers in een provinciestadje. ‘Hangjongeren’ avant la lettre. Ze doen de hele dag niets anders dan achter de meiden aanzitten, drinken, over zee staren en feesten. Niemand lijkt de verlammende atmosfeer te kunnen doorbreken. De film uit 1953 is een symbool geworden voor het leven in een naoorlogs Italiaans provinciestadje: veel plezier en vooral veel niets-doen. I Vitelloni was de eerste film van Fellini die succesvol was en waarmee hij bekend werd buiten Italië.
Elisabeth Curren lijdt aan een terminale vorm van kanker. Ze weigert verdere behandeling. Wanneer een zwerver een slaapplaats zoekt in haar tuin neemt ze hem op in huis. Vercueil ontpopt zich meer en meer als haar doodsengel die haar begeleidt op haar laatste levensreis. Het boek is geschreven als een lange brief aan haar dochter die in Amerika woont. In IJzertijd neemt Coetzee ondubbelzinnig afstand van de apartheid in Zuid Afrika. Hij schildert de verschrikkingen en de morele leegte in de dingen die Elizabeth meemaakt in haar laatste levensdagen. Ze kan het proces niet tegenhouden, ze heeft geen antwoorden, maar ze participeert in het stervensproces. Een geweldig mooi boek van Coetzee dat doet denken aan “Disgrace”, maar milder van toon. (J.M. Coetzee, 1970)