Whatever Works
februari 6, 2011 Een reactie plaatsen
Een interessante vraag is of moraal zich positief ontwikkelt binnen het kader van een evolutionair proces. Moderne evolutie biologen zijn er van overtuigd dat dit het geval is. Toch hebben de oorlog en bewuste onderdrukking (Hitler, Stalin, Mao) in de 20e eeuw meer slachtoffers gemaakt dan alle oorlogen daarvoor bij elkaar. De feiten op basis van alle bekende geschiedenis lijken er dus op te wijzen dat de mensheid in moreel opzicht devalueert. Woody Allen lijkt daarvan in elk geval overtuigd gezien zijn films met een sombere kijk op het menselijk bestaan. Lees meer over dit bericht

Het zien komt van binnenuit. Deze opmerking van de blinde Orlando is in meerdere opzichten kenmerkend voor de film Altiplano, een kunstzinnige documentaire in de stijl van Andrej Tarkovski over de strijd van Peruaanse indianen tegen vervuiling van hun leefomgeving. Indringend, omdat de film zich nu eens niet richt op het gevecht maar op de onmacht en de pijn binnen de afgezonderde gemeenschap.
Fanny en Alexander is de laatste bioscoopfilm van Ingmar Bergman en mag wel zijn Magnum Opus worden genoemd. De film vertelt het verhaal van de 10 jarige Alexander en zijn zusje Fanny. De kinderen groeien rond 1907 op in Uppsala, in het warme grote huis van grootmoeder Helena, samen met hun ouders, ooms, tantes, neefjes, nichtjes en talloze lieve bedienden. Moeder Emilie hertrouwt na de plotselinge dood van haar man met bisschop Edvard Vergerus, een fantasieloze, kille man. Ze verhuizen naar het bisschoppelijk paleis en leven van Fanny en Alexander verandert in een nachtmerrie. In essentie draait het om de zoektocht naar God, maar welke God? Dionysos of de Gekruisigde ?
Het is met Russische films als met Russische literatuur, je moet ervan leren houden. Misschien moet je de film Andrej Roebljov een paar keer zien om ten volle te beseffen wat een overweldigend verhaal het is. De film uit 1966 is een statement van regisseur Tarkovsky. Temidden van een overheersend communistisch systeem laat hij zien dat in het hart van het Russische volk een christelijke kern ligt verankerd. In zijn beschrijving van het leven van de jonge monnik Andrej Roebljov tekent hij de worsteling van de mens tegen het kwaad dat zowel uit hemzelf opkomt als dat uit zijn omgeving op hem afkomt. Andrej leert pas laat in zijn leven dat hij hiervoor niet kan vluchten, hij kan het niet ontlopen. Hij moet het accepteren en het een plaats geven in zijn bestaan.