Rutger Bregman schreef voor het online tijdschrift De Correspondent een serie artikelen over de inrichting van onze samenleving. In dit boek, het eerste boek dat De Correspondent uitgeeft 1 vat hij die artikelen nog eens samen, werkt deze artikelen wat verder uit en plaatst hij ze in een breder kader, een veelomvattende utopie onder het motto :

Het probleem is niet dat we het niet goed hebben, maar dat we niet weten hoe het beter kan.

De kern van het boek omvat de volgende belangrijke boodschappen :

  1. Korter werken. In navolging van Keynes en anderen betoogt Rutger dat een werkweek van 15 uur voldoende is om in onze behoeften te voorzien. Stijging van onze productiviteit betekent niet dat wel elk jaar harder moeten gaan werken, integendeel. Door automatisering en robotisering zal een groot deel van het werk dat we nu doen overbodig worden. De geschiedenis leert dat daar deels ander werk voor in de plaats komt (zorg bijvoorbeeld want we worden mede daardoor allemaal ouder). Het is niet reëel om onderwijs en zorg te zien als “kostenposten”.
  2. Basisinkomen. Een basisinkomen voor iedereen maakt een einde aan armoede en geeft de mensen alle vrijheid die ze nodig hebben om zelf te kiezen of ze artiest willen zijn, mantelzorger of kantoorwerker. Arme mensen nemen verkeerde beslissingen. Wanneer er een einde komt aan armoede zullen mensen weer in staat zijn om zelf te beslissen wat goed voor ze is. De bestrijding van armoede zoals we die nu kennen (en de visie op werklozen als een stelletje sneue losers) moet veranderen.
  3. Andere belastingen. Met belastingen kun je gewenste ontwikkelingen sturen. Een “vrije markt” bestaat niet. Het is een idee dat in stand wordt gehouden door een groot aantal regels op het gebied van arbeidsmigratie, invoerrechten en financiële heffingen. Waarom zou je alleen arbeid belasten terwijl dat toch helemaal geen schaars goed is ? Belast liever het verbruik van grondstoffen of aantasting van het milieu.
  4. Open grenzen. Het grootste deel van de wereldbevolking leeft in relatieve armoede. Dat houden wij door onze regels in stand dat is moreel verwerpelijk. Ontwikkelingshulp heeft maar beperkt nut. De beste oplossing is om (gecontroleerd) de grenzen open te zetten. Waarom is er wel een vrije markt voor kapitaal maar niet voor producten en al helemaal niet voor arbeid ? Berekeningen tonen aan dat open grenzen een gigantische welvaartsverhoging betekent voor de wereldeconomie (alle landen).

De ideeën van Rutger Bregman zijn niet nieuw maar hij vat ze wel mooi samen. Veel van zijn betoog had ik al eerder gelezen boeken zoals bijvoorbeeld Hoeveel is genoeg van vader en zoon Skidelsky, “Poor Economics” van Esther Duflo, “23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme”Ha-Joon Chang en “The Price of Inequality” van Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz.

Het is hoopgevend dat iemand een serieuze poging doet om los te komen van de ideologische spiraal waarin we vast zitten: Méér vrijheid voor het bedrijfsleven, een kleinere overheid, méér vrije markt, méér groei van het bbp. Een ideologie waarvan inmiddels duidelijk is dat die alleen maar leidt tot grootschalige milieu- en klimaat aantasting, groeiende rijkdom én groeiende armoede en vooral tot enorm veel angst bij de mensen die alles al hebben.

We hebben denkers in alternatieve richtingen nodig. Nu links en rechts hebben afgedaan als richtingborden moet er een nieuwe stip op de horizon komen waarop we ons kunnen richten. Ook voor christendom en islam is deze denkrichting nuttig. Waar 100 jaar geladen Abraham Kuyper nog streefde naar een duidelijke christelijk samenleving is dat nu niet meer mogelijk. De christelijke “utopie” van een Nieuwe Aarde ligt nu eenmaal achter de horizon van het einde van de geschiedenis en de bijbel is wel duidelijk over principes van rechtvaardigheid en zelfbeheersing maar beschrijft geen blauwdruk over hoe het leven op die “Nieuwe Aarde” er nu precies in economisch en politiek opzicht uitziet. Dus we zullen zelf onze samenleving vorm moeten geven aan de hand van rechtvaardige principes.


  1. De uitgave van het boek is vernieuwend op zichzelf. In navolging van uitgeverij O’Reilly is de prijs van het Ebook de helft van die van het papieren boek (dat zou voor alle Ebooks moeten gelden als je er even aan rekent) en bovendien is er geen DRM. Je mag het boek uitlenen, verkopen of weggeven, wat je maar wilt. 

Maboroshi no hikari is een film van de Japanse Regisseur Hirokazo Koreeda. (Still Walking, Nobody Knows, I Wish) uit 1995.

Yumiko is radeloos wanneer haar man zelfmoord pleegt. Ze hebben een zoontje van 3 maanden. Yumiko zag het niet aankomen en ze zou ook geen enkele reden kunnen bedenken waarom hij dat zou doen. Ze waren gelukkig samen. Na een paar jaar vindt een huwelijksbemiddelaar een man voor haar. Ikuo is een weduwnaar met een dochtertje. Yumiko verhuist vanuit het drukke Osaka naar een afgelegen vissersdorpje. Het stel is gelukkig maar het verdriet en het onbegrip blijven als een grauwe deken over Yumiko’s leven liggen.

In feite gebeurt er niet veel in deze film. Toch is de manier waarom Hirokazo Koreeda het verdriet en de radeloosheid van Yumiko in beeld brengt indrukwekkend. Je ziet haar niet in tranen en of schreeuwend maar de regisseur brengt haar in beeld terwijl ze in stilte voor het jongetje zorgt, het huis schoonmaakt, boodschappen doet. De beelden, het tempo en de kleuren vertellen het verhaal. Het donkere, dreigende, natte Osaka staat symbool voor de desolate troosteloosheid van haar bestaan. Jaren later, wanneer ze getrouwd is met Ikuo en in het rustige vissersplaatsje woont worden de kleuren levendiger, warmer.

Op sommige momenten, bijvoorbeeld bij een crematie, trekt Yumiko zich terug. Ze staat op een eenzame landtong lang naar het vuur te staren, helemaal alleen. Ikuo komt haar ophalen en vertelt haar dat zijn oude vader, toen hij nog visser was, op zee ooit een Maboroshi heeft gezien. Een licht van ver geluk dat hem wenkte en waaraan hij zich wilde overgeven om altijd in te verdwijnen. Maar, zegt hij, je moet daar weerstand aan bieden. Je moet de wereld accepteren zoals hij is en je weet dat je op veel vragen nooit antwoord zult krijgen.

20141012 usTwee mensen kunnen niet méér verschillen dan Douglas Petersen en Connie Moore. Douglas is een introverte wetenschapper die alle levensvragen rationeel benadert en in vaste patronen denkt. Conny is een creatief talent, een warrige dromer die het leven neemt zoals het komt. Ze zoeken bij elkaar houvast omdat ze beseffen dat de ander iets toevoegt, iets wat ze zelf niet kunnen genereren.

Na 25 jaar huwelijk kondigt Connie plotseling aan dat ze geen toekomst meer ziet in hun huwelijk. De mededeling komt als een blok ijs uit de lucht vallen voor Douglas. Volgens hem is het huwelijk prima en hij houdt heel veel van zijn vrouw. Al beseft hij ook wel dat niet alles lekker loopt sinds ze verhuisd zijn vanuit het hectische Londen naar een rustig dorp buiten de stad.

Een paar maanden eerder hebben als vakantie ze een culturele reis door Europa gepland, samen met hun 17 jarige zoon Albie. Ze besluiten om de geplande reis door Europa toch door te laten gaan en Connie zegt dat ze pas daarna een beslissing wil nemen. Connie wil dat omdat ze graag haar zoon de kunstschatten van Europa wil laten zien en samen met hem wil genieten van al die mooie musea. Douglas ziet de reis als een rite de passage voor zijn jongen. Zoals vroeger adelijke jongeren erop uit gestuurd werden om volwassen te worden door middel van een lange Europese reis. Maar hij vindt dat zijn zoon dat onder toezicht van zijn ouders moet doen omdat het anders vast verkeerd zal aflopen. En Albie zelf ? die zoekt alleen maar een gelegenheid om zo snel mogelijk onder de druk van zijn ouders vandaan te komen. Door de mededeling van Connie staat de reis onder enorme extra spanning en wordt het een soort combinatie van een Odyssee, een pelgrimage en een zoektocht naar innerlijk van de gezinsleden.

Het boek is knap geschreven. David Nicholls laat de spanning enorm oplopen omdat Douglas (het boek is geschreven in de ik-vorm) helemaal niet door heeft dat hij zijn huwelijk en de relatie met zijn zoon kapot zal maken als hij niet verandert. Dat betekent overigens niet dat Connie vrijuit gaat, ook zij heeft haar eigen visie en kan daar maar moeilijk van los komen. Ook wanneer ze ouder wordt verlangt ze hevig terug naar de tijd dat ze nog een wild leven kon hebben in de Londense kunstenaarswereld.

Uiteindelijk vind ik het een mooi boek dat ik iedereen kan aanbevelen maar mijn waardering komt voort uit een aantal negatieve kwalificaties. Hoewel er in de loop van het boek een vorm van verzoening tot stand komt tussen de gezinsleden is de afloop nogal onbevredigend. Je wilt zo graag het goede voor mensen die in een spiraal van onbegrip en zelfzuchtige onmacht elkaar het leven onmogelijk maken. Dat de houding van Connie en die van Douglas mij als lezer mateloos irriteert is een positief oordeel waard. Het is in dus elk geval niet een boek dat je als lezer onberoerd laat. Ik heb het in één adem uitgelezen.

Ik had mij voorgenomen om dit jaar alle boeken op de Longlist van de Man Booker Prize 2014 te lezen. Dit is het laatste boek, dus het is me dus op het nippertje gelukt, twee dagen vóór de gestelde termijn – op 14 oktober wordt de winnaar bekendgemaakt). Us staat overigens niet op de Shortlist dus David Nicholls zal niet de winnaar zijn.

20141007 the-bone-clocksWie eerdere boeken van David Michell gelezen heeft, en met name Cloud Atlas herkent de structuur direct: een aantal ogenschijnlijk onafhankelijke verhalen die alles met elkaar te maken blijken te hebben wanneer je er wat dieper induikt. In The Bone Clocks is de verwantschap tussen de verhalen nog sterker al is de inhoud en de stijl behoorlijk verschillend. Vanaf wat begint als een Young Adult boek in over een weggelopen tiener in Gravesend tot aan een Fantasy verhaal dat zich zo’n 55 jaar later afspeelt in Zwitserland en dat rechtstreeks lijkt afgeleid van Robert Jordan’s The Wheel of Time, het past allemaal op een ingenieuze manier in elkaar.

In interviews heeft David Mitchell aangegeven het zijn bedoeling is dat ál zijn boeken uiteindelijk in elkaar passen. Je ziet dat bijvoorbeeld terug in details zoals een onderzoek-journalist die schrijft voor het Amerikaanse tijdschrift Spyglass tot een scheepsarts op The Prophetess ergens aan de Australische kust, herkenbaar te herleiden tot plaatsen en gebeurtenissen in Cloud Atlas en The Thousand Autumns of Jacob de Zoet. Ik heb (nog) niet al David’s boeken gelezen maar nergens gaat hij zo diep de wereld van Fantasy binnen als in dit boek.

De rode draad in het boek is het leven van Holly Sykes. Een tiener met wat psychische problemen die op 16 jarige leeftijd wegloopt van huis. Tijdens haar omzwervingen komt ze in aanraking met een aantal raadselachtige mensen en gebeurtenissen. Na een tijdje gewerkt te hebben als aardbeien-plukker hoort ze dat haar broertje spoorloos is verdwenen. Het volgende verhaal speelt zich tien jaar later af en gaat over een stelletje Engelse studenten met een rijke achtergrond. Tijdens een vakantie Zwitserland ontmoet Hugo Lamb daar Holly, die in een ski-bar werkt. Weer zo’n tien jaar later gaat het verhaal over de even beroemde als cynische Engelse schrijver Crispin Hershey die teert op de roem van één van zijn eerdere romans. Tijdens een lezing in Cartagena ontmoet Crispin de schrijfster Holly Sykes die inmiddels beroemd is omdat ze een semi-autobiografisch boek heeft geschreven over haar problemen als tiener.

In het op één na laatste verhaal komt het tot een ontknoping waarbij duidelijk wordt dat veel van de eerdere onverklaarbare gebeurtenissen te herleiden zijn tot een epische strijd tussen twee groepen mensen die telkens opnieuw geboren worden. De ene groep “overkomt” dat terwijl de andere groep de “ziel” van kinderen opzuigt. Het is wel duidelijk wie de goeden en wie de slechten zijn.

Maar dan is het boek niet afgelopen. In een interview zegt David Mitchel dat hij zijn boek niet wil eindigen als een film die altijd is afgelopen na de climax (nou ja, dat is niet altijd waar). Het laatste hoofdstuk is wellicht het meest indrukwekkend, het speelt zich af in Ierland in 2043. De westerse beschaving is door economische en vooral klimatologische rampen aan z’n eind gekomen. De mensen leven ongeveer zoals je je kunt voorstellen in Syrië op dit moment: Eens hadden ze voedsel, medicijnen, veiligheid, elektriciteit, water en internet. Maar tot hun grote verbijstering valt dat allemaal langzaamaan weg. Wanneer de laatste regering valt is het land overgeleverd aan rondtrekkende bendes en krijgsheren.

Ik lees op dit moment alle boeken van de Longlist voor de Man Booker Prize 2014. Wat mij betreft is het jammer dat The Bone Clocks niet op de Shortlist terecht is gekomen. Ik zeg niet direct dat dit het beste boek is uit de lijst maar er zijn zeker andere boeken op de Shortlist die minder zijn. Het lijkt me geweldig moeilijk om te kiezen voor een jury want waar let je op ? Je kunt een boek op zoveel aspecten beoordelen en op elk van die aspecten valt een beoordeling natuurlijk anders uit. Wat mij betreft is dit boek bijvoorbeeld het meest spannend en meeslepend geschreven vergeleken met de rest van de lijst. Ik las de 600 pagina’s in een weekend uit. Maar als je me zou vragen in welk opzicht het nu mijn leven verrijkt heeft zou ik dat zomaar niet kunnen aangeven. Maar goed, als je het beschouwt als een spannend verhaal met talloze mysterieuze kanten en met een stevige dosis Fantasy vermengd dan kun je er heerlijk van genieten.

thedogHoofdpersoon in The Dog van Joseph O’Neill is een naamloze dertiger. Een nogal autistische underdog die wanhopige pogingen doet om zijn leven zin en inhoud te geven. Er is niets mis met zijn fantasie en hij bedenkt de ene prachtige redenering na de ander maar wanneer iemand hem te na komt gaat hij met zijn pootjes omhoog liggen.

Nadat hij 9 jaar heeft samengewoond met zijn dominante vriendin Jenn besluit hij haar te verlaten, of beter gezegd: ze zet hem de deur uit omdat hij geen kind wil “maken” op het moment dat zij hem daarvoor opdracht geeft. Nadat blijkt dat ze hem financieel volledig heeft uitgekleed krijgt hij een aanbod van zijn oude schoolvriend Eddie Batros om als vertrouwenspersoon de familiebelangen van de steenrijke familie Batros in Dubai te behartigen. Ondanks zijn vermogen om alles tot op de bodem te analyseren heeft hij niet door dat alleen de zon voor niets opgaat en dat zijn verblijf in Dubai niet zonder risico voor hemzelf is.

De beschrijving van zijn vier-jarige verblijf in Dubai is tragi-komisch. Onder een warme deken van ironie zie je het lege leven van de expats in Dubai. Ze rijden wat rond in hun peperdure auto’s, gaan zwemmen en duiken, ze zien elkaar op feestjes waar ze teveel drinken en geven kapitalen uit aan (illegale) call-girls. Het expat-volkje wil vooral van alle problemen verschoond blijven. Bijvoorbeeld, dat de wetgeving in Dubai volledig anders is dan die in de hun eigen land (verkrachting wordt gestraft met zware gevangenisstraf – voor de vrouw) deert ze niet echt. En ze maken zich veel meer zorgen over de exclusieve status van hun riante woontorens dan over de Aziatische bouwvakkers die regelmatig langs de ramen naar beneden springen.

De schrijfstijl van Joseph O’Neill doet je aan William Faulkner denken maar voor de rest haalt het boek bij lange na niet het niveau van de Amerikaanse meester. O’Neill gebruikt in navolging van Faulkner ellenlange zinnen van soms een pagina lang en maakt er ook een gewoonte van om lange stukken tussen “geneste” haakjes te zetten tot soms wel 7 niveaus diep maar ondanks zijn schrijfstijl is het boek toch makkelijk te lezen.

Ik moest af en toe wel lachen om de komische situaties en het ironische toontje maar over het algemeen raakt het boek mij toch niet. Wellicht omdat er niet echt een plot is, het is allemaal niet spannend, het kabbelt teveel. Het vertelt weinig nieuws. Ik ben van mening dat ik iets moet kunnen leren uit goede literatuur maar in dit boek kan ik geen leermomenten vinden en ook niets om nog eens over na te denken achteraf. Het lijkt me terecht dat het boek niet op de Shortlist voor de Man Booker Price 2014 is gekomen en het verbaast me zelfs dat het op de Longlist staat.

Man Booker Prize 2014

Ik heb inmiddels alle boeken op de Shortlist gelezen. Op 14 oktober wordt de winnaar bekend gemaakt.

Titel Auteur Mijn mening
The Lives of Others Neel Mukherjee +++++
To Rise Again at a Decent Hour Joshua Ferris ++++
J Howard Jacobson +++
How to be Both Ali Smith +++
The Narrow Road to the Deep North Richard Flanagan +++
We are all completely beside ourselves Karen Joy Fowler ++

Van de Longlist heb ik nog niet alles gelezen, maar dat lukt me wel voor 14 oktober. Ik ben nu bezig in The Dog (papier) en in The Bone Clocks (kobo). Us van David Nicholls komt pas eind oktober uit, dus dat ga ik niet halen.

Titel Auteur Mijn mening
Orfeo Richard Powers +++++
The Bone Clocks David Mitchell ++++
History of the Rain Niall Williams ++++
The Wake Paul Kingsnorth +++
The Dog Joseph O’Neill ++
The Blazing World Siri Hustvedt ++
Us David Nicholls